Wetenschapscollege 4: digitale geletterdheid met focus op AI

Wat betekent de opkomst van artificiële intelligentie (AI) voor het onderwijs, en hoe ga je daar bewust mee om? In dit vierde wetenschapscollege van het Expertisepunt digitale geletterdheid staat digitale geletterdheid met focus op AI centraal, met een praktijkcollege over hoe scholen en leerlingen concreet kunnen werken aan het verkennen van AI.

Wetenschapscollege door Haroon Sheikh

Transcript

Wetenschapscollege 4: digitale geletterdheid met focus op AI

De wetenschapscolleges van het Expertisepunt digitale geletterdheid zijn bedoeld voor onderwijsprofessionals die digitale geletterdheid doordacht willen integreren in hun onderwijs. In elk college doe je inspiratie op met interessante sprekers in een wetenschappelijk deel.

Wat betekent de opkomst van artificiële intelligentie (AI) voor het onderwijs, en hoe ga je daar bewust mee om? In dit vierde wetenschapscollege van het Expertisepunt digitale geletterdheid staat digitale geletterdheid met focus op AI centraal.

In dit college bespreekt Haroon Sheikh (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en Vrije Universiteit Amsterdam), begeleid door Kennisnet-adviseur Remco Pijpers, de onderwijskundige gevolgen, kansen en mogelijkheden van AI. De atlas van de digitale wereld: digitale technologie brengt fantastische dingen, maar heeft ook heel veel invloed op ons leven. Sheikh benadert op globaal niveau hoe digitale technologie invloed op ons heeft en hoe grote techspelers hierop inspelen. Vanzelfsprekend wordt ook een uitstapje gemaakt naar het klaslokaal, waarbij de vraag centraal staat: hoe bepaalt technologie niet ons leven, maar hoe blijven we zelf bepalen?

Volgende onderwerpen komen aan bod:

  • Hoe gaan we om met elkaar in relatie tot digitalisering? (vanaf 1.14)
  • Een digitaal kader: hoe wordt technologie op wereldniveau benaderd? (vanaf 6.06)
  • Uitdagingen voor een Europese aanpak (vanaf 22.55)
  • Hoe ga je met deze digitale atlas om in de klas? (vanaf 30.22)

Remco Pijpers is de host van dienst.

De host en de spreker zitten in een studio aan tafel.

Het logo van Expertisepunt digitale geletterdheid, een gestileerde X met een stip in het midden, verschijnt in beeld.

Beeldtekst:
Remco Pijpers
Stichting Kennisnet

REMCO: “Welkom bij dit wetenschapscollege Digitale geletterdheid van het Expertisepunt digitale geletterdheid. Mijn naam is Remco Pijpers. Ditmaal begeleid ik een college van Haroon Sheikh. Welkom, Haroon.”

HAROON: “Dank je wel.”

REMCO: “Haroon Sheikh is verbonden aan de Vrije Universiteit als bijzonder hoogleraar. Maar ook werkzaam bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, als onderzoeker en auteur van onder meer dit hele mooie boekje. Klein maar heel diepgravend. Atlas van de Digitale Wereld. En daar gaat Haroon ook een college aan wijden. Je zou het kunnen zien als een college digitale wereldoriëntatie. Hoe kunnen we de digitale wereld begrijpen? Die is complex. Die is ook zeer geopolitiek. We gaan daar deze keer wat meer over horen. Haroon, ik zou meteen willen zeggen: benieuwd naar je verhaal. Steek van wal.”

Beeldtekst:
Haroon Sheikh
Professor Vrije Universiteit Amsterdam

HAROON: “Heel goed. Dank je wel en leuk om hier te zijn, Remco. En dit college te geven. Ik hoop dat het verschillende mensen in het onderwijs kan inspireren om er iets mee te doen.”

Beeldtekst:
Digitalisering en samenleving: de derde fas

Op de slide volgen drie begrippen elkaar via neerwaartse pijlen op:

  1. Economische kansen, politieke vrijheid
  2. Maatschappelijke keerzijde
  3. Digitale soevereiniteit

Rechts van deze begrippen staan een afbeelding van een betoging, een cirkeldiagram en een foto van Donald Trump met het logo van het Internationaal Strafhof.

HAROON: “We hebben het over digitalisering en hoe we daarmee omgaan. En voor mij probeer ik dat altijd uit te leggen aan de hand van drie fases van hoe we om zijn gegaan met digitalisering. We zijn eigenlijk door de tijd heen, zou je kunnen zeggen, een beetje vanaf de jaren negentig, toen digitalisering opkwam, mensen kregen mobiele telefoons, het internet kwam er, was het vooral een verhaal van: Het heeft ongelooflijk veel economische kansen. En op politiek gebied levert het eigenlijk vooral vrijheden op. We dachten aan: het maakt de wereld transparant, open. Iedereen kan meedoen. Het is democratisch. Je ziet daar ook een plaatje bij. Heel even dachten… Dat zei Mark Zuckerberg ook nog. …dachten mensen dat de Arabische Lente ook door Facebook was veroorzaakt. Dat is namelijk wat digitale technologie doet. Dat is die eerste fase. En veel van die ideeën bestaan nog steeds.”

HAROON: “Maar ik zou zeggen, rond 2010 is er een tweede fase ontstaan. En toen zijn we naast die economische kansen ook meer aandacht gaan hebben voor de keerzijde van digitalisering. Dat was het moment dat we ons zorgen gingen maken over privacy online. Over uitsluiting, maar vooral ook de macht van grote bigtechbedrijven. Daarvoor konden ze niks fout doen. En toen gingen we op een gegeven moment vragen: is het eigenlijk wel goed dat een paar van dit soort bedrijven zoveel macht in handen hebben? Daardoor heeft vooral de Europese Unie, dat zie je op het plaatje hier, allerlei wetten ingesteld om te proberen die keerzijde wat te beperken.”

HAROON: “Ik zou betogen: de laatste paar jaar zijn we eigenlijk een derde fase ingegaan van hoe we omgaan met digitalisering. Digitalisering gaat niet alleen maar over economische kansen. Het is ook niet iets waar we alleen de maatschappelijke keerzijde van moeten begrijpen. Maar het gaat uiteindelijk nu ook om een vraag van macht. We stellen nu eigenlijk de vraag: digitale technologie bepaalt hoe een samenleving geordend is, wie daar de baas over is en welke waarden daarbij horen. Dat is de fase van digitale soevereiniteit. En als voorbeeld daarvan heb ik hier een plaatje staan. Heel recent, Donald Trump was niet blij met een zaak die het Internationaal Gerechtshof had. Toen heeft hij Microsoft opgedragen om die mensen daar van hun werk af te sluiten. Dat is eigenlijk, denk ik, waar we nu staan. Digitalisering zien we nu als een vraagstuk van macht. Wie heeft de macht over ons?”

REMCO: “Mag ik daar meteen een vraag over stellen?”

HAROON: “Natuurlijk.”

REMCO: “Waarom is dit ook voor docenten belangrijk om te weten?”

HAROON: “Het is een van de belangrijkste politieke ontwikkelingen wereldwijd. Voor ons allemaal, als burgers, ook.”

(KUCHT)

HAROON: “We worden ons ervan bewust hoe afhankelijk we zijn van andere partijen die druk op ons kunnen uitoefenen. Maar die digitale technologie zit diep in het leven van ons allemaal. Daarmee ook van een heleboel jonge mensen. En dat maakt nogal wat uit. Als de Amerikanen zeggen: Wij willen niets meer doen om bijvoorbeeld desinformatie tegen te gaan. Betekent dat gewoon meteen dat jongeren de meest gekke informatie te zien krijgen? Dus dit is een strijd die ook gaat over: Wat zien Nederlandse burgers? Wat zien Nederlandse jongeren? Wat voor informatie zien ze? En wie bepaalt dat?”

REMCO: “En dat is geen angstbeeld, maar een realiteit?”

HAROON: “Ja, dat gebeurt nu al. Elon Musk heeft… Een van de eerste dingen die hij deed, toen hij de baas van X werd, is al die mensen die factchecking deden, heeft hij weggestuurd. Sindsdien is er een heleboel meer gekkigheid op dat platform. Hetzelfde geldt voor TikTok. Dat is een Chinees platform. Dus de Chinese regering heeft wel degelijk invloed op wat Nederlandse jongeren op TikTok te zien krijgen. Dat is, denk ik, waar we nu staan.”

Beeldtekst:
De Europese ambitie van digitale soevereiniteit

‘Digital sovereignty’ refers to Europe’s ability to act independently in the digital world and should be understood in terms of both protective mechanisms and offensive tools to foster digital innovation – Briefing European Parliament

HAROON: “En daardoor stellen we in Europa de vraag: we willen digitaal soeverein worden, want die macht van andere partijen zit ons in de weg. Eigenlijk willen we zelf meer de baas zijn over onze eigen digitale wereld. En zo definiëren we het ook. Het vermogen om zelfstandig te handelen in de digitale wereld. Dat is het doel van de Europese Commissie. Maar wil je dat doel bereiken, moet je natuurlijk eerst de vraag kunnen beantwoorden: Waar staan we nu dan? Zijn we een beetje soeverein of helemaal niet? Dat is best een lastige vraag. Je kan daarvoor naar dit soort dingen gaan kijken.”

Beeldtekst:
Waar staan wij?

Op de slide met de titel ‘Waar staan wij?’ staan vier internationale vergelijkingen van landen op het gebied van digitalisering: AI readiness index, Digital adoption index, Global digital competitiveness index, Global connectivity index.

HAROON: “We proberen een index te maken. Hoe staan we op het gebied van AI-gebruik? Hoe goed zijn onze verbindingen? Hoe competitief zijn we in het digitale domein? Maar echt bevredigend is het niet. Het zijn allemaal verschillende lijstjes, dus je weet niet hoe je daarnaar moet kijken. Soms staan Europese landen heel hoog, dan staan ze weer heel laag. En je weet ook niet hoe je dingen met elkaar moet vergelijken. Want gaat het over hoe snel je internet is? Of gaat het over je datacenters? Of dat je socialemediaplatformen hebt? Dat is eigenlijk de vraag die ik mezelf stelde. En dat ik ook in dat boekje heb proberen te beantwoorden. Kunnen we die digitale wereld in kaart brengen om te begrijpen waar wij staan? Of een beetje soeverein zijn? En vooral wie de machthebbers zijn?”

Een nieuwe slide introduceert het framework ‘De verticale wereldorde van de Stack’. Links zweven zeven witte, rechthoekige lagen boven elkaar. Rechts staat de titel op een grote wereldbol.

HAROON: “Daar gebruik ik een heel specifiek kader voor. Dat heb ik niet zelf bedacht. Dat is eigenlijk hoe techneuten naar digitale technologie kijken. Voor een ingenieur is deze telefoon echt een ander soort apparaat of een ander soort product dan een tafel of een stoel. Als een techneut dit wil laten werken, dan denkt hij of zij in termen van lagen die op elkaar gezet moeten worden. Dus er zit een chiplaag in. Er zit een netwerklaag in die verbindt met de wifi of het 5G-netwerk. Er zitten softwarelagen in. Een interfacelaag. En eigenlijk elk digitaal product, een telefoon of een app, bouw je door lagen op elkaar te stapelen. Dat geldt dus voor individuele producten. Mijn voorstel is eigenlijk: zo kunnen we de hele digitale wereld begrijpen. Eigenlijk is digitalisering een set van zeven lagen die op elkaar gestapeld zijn. En je moet per laag kijken: hoe zijn de verhoudingen daar? En een beetje in vogelvlucht zal ik proberen daar doorheen te gaan. En wat toe te lichten hoe dat eruitziet. Want dan zul je zien, hoe complex die wereld is maar ook hoe de verhoudingen heel erg verschillen per laag.”

Beeldtekst:
Grondstoffen
European Raw Materials Alliance and Act

Op de slide kleurt de bovenste laag wit. De andere lagen kleuren lichtblauw. Onder de titel staat een wereldkaart met kleurrijke cirkeldiagrammen die de wereldwijde herkomst van kritieke grondstoffen en metalen weergeven.

HAROON: “En dan beginnen we bij… Eigenlijk zou dat onderaan moeten, maar ik heb het helaas nog bovenaan staan. Allereerst begin je met de grondstoffenlaag. Elke technologie heeft grondstoffen nodig. En ook digitalisering heeft een heleboel energie nodig. Daar horen we de laatste tijd ook heel veel van. De enorme hoeveelheden energie die je nodig hebt. Het heeft water nodig. Maar wat vooral bijzonder is, is dat het een bijzondere set van metalen nodig heeft. Zeldzame aardmetalen, heten die. Die zijn allemaal niet zo bekend. Die hebben namen als gallium, europium, niobium. Ze zijn op allerlei plekken in de wereld te vinden. Ze zijn niet zo zeldzaam, maar ze zijn wel heel moeilijk uit de grond te halen. En als je naar deze laag kijkt, dan liggen de verhoudingen heel duidelijk. Er is één land dominant, en dat is China. Van al die metalen heeft China ongeveer zestig tot tachtig procent in handen. Dan wel doordat ze het zelf in eigen land mijnen dan wel doordat Chinese bedrijven de eigenaar zijn van de mijn in Chili, of in Australië, of in Congo. Dus op deze laag zie je: China is heel dominant. Je ziet ook dat de Amerikanen proberen die achterstand een beetje weg te werken. Heel veel van wat Donald Trump nu doet, kun je begrijpen door een poging om toegang te krijgen tot grondstoffen. Zijn deal met Oekraïne. Hij wil grondstoffen terug hebben voor de bescherming van het land. Zijn idee dat hij Groenland wil overnemen, want daar liggen deze metalen. De Amerikanen proberen hier toegang toe te krijgen.”

Haroon onderdrukt een nies.

HAROON: “Ook Europa wil dit. Alleen, voor Europa maken we gewoon nog niet zoveel voortgang, dus hier staan we er vrij zwak voor.”

Beeldtekst:
Halfgeleiders
EU Chips Act

Op een volgende slide kleuren nu de twee bovenste lagen wit. Onder de titel staat een foto van een bezoek van Mark Rutte aan ASML, samen met Ursula von der Leyen en Margrethe Vestager .

HAROON: “Dan ga ik één laag hoger. Dan heb je dus die grondstoffen, en het eerste wat je daarmee gaat maken zijn chips of, technische term in de industrie, halfgeleiders. Op chips vindt alle computatie plaats. Daar vinden alle berekeningen… In elk apparaat zijn er chips die dat doen. De sector van chips is heel erg complex, maar je kan hem grofweg opknippen in drie onderdelen. Je kan chips ontwerpen, je kan ze produceren. Of je kan iets maken dat je nodig hebt voor die andere twee zaken. Hoe liggen de verhoudingen daar? Als je kijkt naar het ontwerpen van chips, dan zijn het vooral westerse, maar vooral ook Amerikaanse bedrijven die daar het beste in zijn. Dus bedrijven als NVIDIA en Intel, we horen er veel over, want zij ontwerpen de meest geavanceerde chips. De productie van chips vindt vooral plaats in Azië. Niet in China, maar vooral in twee andere landen: Taiwan en Zuid-Korea. Je hebt twee soorten chips. Zuid-Korea is goed in de ene soort en Taiwan is goed in de andere soort. Daarom is er ook zoveel strijd en is Taiwan ook zo’n complexe kwestie. Want als de Chinezen dat in handen zouden krijgen, zouden ze in één keer alle chips en telefoons van Apple… Daar zouden zij de belangrijkste technologie van bezitten. Daar zie je dus die landen groot. Dan heb je dus nog die derde categorie, van dingen die dat proces ondersteunen. En daar is Nederland een heel grote speler.”

REMCO: “ASML.”

HAROON: “Precies, Nederland heeft ASML. ASML maakt eigenlijk de machines waarmee je die chips maakt. Dus alles wat ze in Zuid-Korea en Taiwan doen, daar hebben ze de machines van ASML voor nodig. Vandaar ook dit plaatje hier. Dat was toen Mark Rutte nog vrolijk aan het lachen bij ASML. We zien nu de grote strijd om het bedrijf. De Amerikanen en de Chinezen vechten om dat bedrijf. Maar dat komt omdat het zo belangrijk is. Iedereen die chips wil maken, heeft machines van ASML nodig. Dat maakt dat Europa best een goede positie hierin heeft. Vooral eigenlijk door één Nederlands bedrijf. Trouwens, we hebben ook nog makers van chips, zoals NXP. En in Duitsland en Frankrijk zijn er ook een aantal. Maar op deze laag heeft Europa best een redelijke positie.”

Beeldtekst:
Netwerken

Op de volgende slide kleurt de derde laag wit. Onder de titel staan drie afbeeldingen: een satelliet boven de aarde, het logo van Huawei en een futuristisch stadsbeeld met de aanduiding 5G.

HAROON: “Nou, dan ga je eigenlijk één laag omhoog. Dan heb je dus die grondstoffen. Daarmee maak je chips. En die chips moeten vervolgens met elkaar communiceren om informatie uit te wisselen. Dat doe je via de netwerklaag. De netwerklaag bestaat ook weer uit allerlei onderdelen. Die bestaat vooral uit telecommunicatie-infrastructuur. Dan moet je denken aan de kabels die in de grond liggen. Soms moet de straat wel eens even open. Dan gaat het om nieuwe glasvezel, om die zendmasten. Het gaat onder andere ook verder over satellieten en allerlei onderzeese kabels, maar die laat ik even op de achtergrond. Als je het over telecommunicatie hebt, dan is het weer een heel ander verhaal. Er is één leider in de markt en dat is een Chinees bedrijf, Huawei. Zij maken de meest geavanceerde telecommunicatienetwerken. Interessant is wel dat vlak daarachter de nummers twee en drie Europese spelers zijn. Spelers die we vroeger kenden. Tenminste, de wat ouderen onder ons zullen die nog kennen. Als makers van mobiele telefoons. Dat doen ze niet meer. Tegenwoordig leggen Nokia en Ericsson, twee Scandinavische bedrijven, die infrastructuur. Ze zijn een stukje kleiner dan het Chinese Huawei. Dus ze lopen echt wel achter. Ze zijn niet de leider in de markt. Maar hier heeft Europa best een goede positie en doen de Amerikanen niet mee.”

REMCO: “Dus het leggen van die kabels, dat is dan een kunst of een kwaliteit op zich?”

HAROON: “Het maken van die kabels. Het leggen, dat wordt gedaan door telecommunicatiebedrijven, zoals KPN. Dus KPN zegt: we maken de straat open. Maar de kabels die ze kopen voor het nieuwe netwerk en al die infrastructuur die wordt gemaakt door Nokia en Ericsson.”

Beeldtekst:
De cloud
Gaia X

Op een volgende slide kleurt de vierde laag wit. Onder de titel staat een foto van een datacenter met lange rijen serverkasten, daarnaast het logo van Gaia-X.

HAROON: “Eén laag hoger kom je dan bij de cloud uit. Dus je hebt eerst de grondstoffen. Op basis daarvan maken we chips. Die communiceren met elkaar via netwerken. En dat levert ongelooflijk veel informatie en data op. En dat moet ergens opgeslagen worden. Dat gebeurt in de cloud. Daar worden alle data opgeslagen. Vroeger hielden allerlei organisaties dat zelf in hun kelder. Maar dat wordt nu gedaan door grote bedrijven. Hier zijn de verhoudingen weer heel anders. Waar we bij anderen zagen dat de Chinezen heel groot zijn of Europa soms. Hier in de cloud zijn de Amerikanen dominant. Drie Amerikaanse bedrijven, Amazon, Microsoft en Google, hebben twee derde van de wereldwijde cloudmarkt in handen. Daarnaast volgt een Chinees bedrijf en alweer een Amerikaans bedrijf. Europa doet eigenlijk niet mee in de top tien. Eigenlijk zou je kunnen zeggen: van die hele digitale stack, van al die lagen, is dit misschien wel onze achilleshiel. Hier staan we er het allerzwakst voor. Europa heeft wat projecten. Gaia-X was er eentje. En we proberen nu op allerlei manieren in Europa ook meer clouddiensten op te zetten. Interessant genoeg, het moederbedrijf van Lidl, dat heet Schwartz, is ook clouddiensten aan het aanbieden en dat gaat best goed. Maar het is moeilijk, want die grote Amerikaanse bedrijven hebben ongelofelijk veel geld te investeren hierin en hebben daarom ook de best beveiligde en meest geavanceerde diensten. Dat is toch voor bedrijven heel belangrijk, en voor organisaties. Je wil dat je informatie veilig opgeslagen staat. Dus dit maakt dat die Amerikaanse bedrijven een hele sterke positie hierin hebben.”

Beeldtekst:
Intelligentie

Op een volgende slide kleurt de vijfde laag wit. Onder de titel staan afbeeldingen van de letter AI op een printplaat, een robothand en een menselijke hand met een digitaal netwerk, het Amerikaanse AI-project Stargate en het logo van DeepSeek.

HAROON: “Dan komen we één laag hoger. Dat zou je de intelligentielaag kunnen noemen. Of de laag van de AI. Kunstmatige intelligentie. Dus je hebt al die informatie die in die cloud opgeslagen zit. Die moet vervolgens wel georganiseerd worden, geordend. Wat hoort waar bij elkaar? Welke patronen zitten hierin? Welke informatie moet ik samenvoegen om een goed antwoord te geven op iets? In de AI-wereld, die is ontzettend dynamisch. Er zijn allerlei nieuwe ontwikkelingen. Een paar jaar geleden al werd AI heel goed in het herkennen van patronen. Dus je gezicht op een foto herkennen, of als je iets intoetste, een tekst maakte, dat vertalen naar een andere taal. Dus het kon herkennen wat het patroon was dat daarin zat. En de laatste jaren is AI ook nog eens goed geworden in het maken van eigen patronen. Je zou kunnen zeggen: patroongeneratie. En daarom hebben we het ook over generatieve AI. Dat kan dus gaan over het maken van teksten, beelden, audiofragmenten. Denk aan ChatGPT. Je geeft een opdracht en het maakt een hele nieuwe tekst voor je. Maar ook beelden. Je zegt: Maak een plaatje van… En het plaatje kan gemaakt worden door zo’n platform als Midjourney bijvoorbeeld. Hoe zijn de verhoudingen hier? Hier zie je eigenlijk: er zijn twee grootmachten die het sterkste zijn. Allebei ongeveer even sterk. Dat zijn de Verenigde Staten en China. Niemand weet precies wie een beetje de leider is. En soms denken we: de Amerikanen zijn het sterkste. Toen bijvoorbeeld ChatGPT online kwam, was het duidelijk. Dat gebeurde in Amerika en zij zijn de beste hierin. Maar vorig jaar zagen we dat China opeens DeepSeek lanceerde. Een platform dat eigenlijk even goed is als dat van ChatGPT. Alleen veel efficiënter en met veel minder investeringen hetzelfde voor elkaar had gekregen. Deze twee leiders zijn dus aan elkaar gewaagd. De Amerikanen, de Chinezen, proberen hierop leidend te zijn. En ze investeren allebei ontzettend veel om hier goed in te zijn. En Europa loopt hierop achter. Het is niet verschrikkelijk. Europa is best goed in sommige delen van AI. We zijn niet zo goed als de Amerikanen en de Chinezen. Maar we hebben ook Europese AI-platformen. Denk aan het Franse Mistral. Maar trouwens, ook in Nederland is TNO bezig met een Nederlandstalig large language model. Dus Europa heeft ook goede AI-wetenschappers. Dus op dit gebied zijn we een goede derde, maar lopen we achter op de twee wereldleiders China en Amerika.”

Beeldtekst:
Applicaties

Op een volgende slide kleurt de zesde slide wit. Onder de titel staan logo’s van Amerikaanse, Chinese en Europese techbedrijven, zoals Amazon, Google, Alibaba, Baidu, Spotify en Ayden.

HAROON: “Dan komen we één laag hoger. Eigenlijk zou je kunnen zeggen: hiervoor hebben we al die technische lagen gehad. Voor de gemiddelde gebruiker, ik denk ook voor de meeste gewone burgers, voor jongeren ook, zijn dat zaken waar ze niet heel erg vertrouwd mee zijn. Je weet niet vaak van je telefoon wie die chips heeft gemaakt. Of in welke cloud je informatie staat. Of waar de AI vandaan komt. Maar dat verandert hier nu. Nu kom je bij de laag waar gebruikers heel bekend mee zijn, dat kun je de applicatielaag noemen. Al die andere lagen worden gebruikt om een specifieke toepassing mogelijk te maken. Dat je het ergens voor gebruikt. Dat kan een socialemediaplatform zijn, maar het kan ook een navigatie-app zijn, zoals van Google om de weg te zoeken. Dat kan een datingapp zijn, dat kan een…”

REMCO: “Je mail.”

HAROON: “Sorry?”

REMCO: “Je mail.”

HAROON: “Mail. Absoluut. Eigenlijk alle toepassingen die wij als gebruikers gebruiken. Dat is eigenlijk de applicatielaag. Hoe zien hier de verhoudingen eruit? Weer net iets anders. Hier zie je ook eigenlijk dat de Amerikanen en de Chinezen allebei heel erg sterk zijn. De Amerikanen hebben natuurlijk die grote bigtechbedrijven die grote delen van het internet naar zich toe hebben getrokken. Meta, het moederbedrijf van Facebook, heeft daarnaast ook Instagram, heeft dus een eigen AI-tak, en is recent gekomen met die gekke brillen die kunnen opnemen. Maar ook een bedrijf als Google. Het heeft YouTube erin zitten. Het heeft mail, het heeft een zoekmachine, het heeft navigatie. Dus dat soort grote, brede bedrijven hebben de Amerikanen vooral. En de Chinezen hebben ook hun varianten daarvan. Die zijn bij ons vaak wat minder bekend, maar ze zijn even groot en sterk vaak. Dan moet je denken aan ByteDance, het moederbedrijf van TikTok, maar ook Alibaba. Tencent is een andere grote speler, Baidu. Die bedrijven heeft dus China dus ook. En eigenlijk zou je kunnen zeggen: Europa doet het niet zo goed als deze twee blokken. Maar Europa heeft wel een paar applicaties die niet zo groot zijn als die Amerikanen, maar in één stukje van het internet daar wel dominant in zijn geworden. Dus dan kun je denken aan Booking. Het is gewoon een bedrijf dat op het gebied van hotelboekingen wel een wereldleider is geworden. Of Spotify, op het gebied van muziek.”

REMCO: “Zweeds, toch?”

HAROON: “Zweeds. Booking trouwens oorspronkelijk Nederlands. Het is inmiddels door een Amerikaans bedrijf overgenomen. Maar het is in Nederland opgezet. Het hoofdkantoor staat in Amsterdam. Adyen, een bedrijf voor betalingen. Ook een Nederlands bedrijf. Just Eat, voor bezorging van voedsel. Dus Europa heeft een beetje een positie hierop. Alleen zijn het bedrijven die maar een klein stukje van het internet pakken. Terwijl Amerikaanse en Chinese bedrijven hele brede ecosystemen hebben waar een heleboel toepassingen in zitten. En dat maakt ze toch wel een stuk sterker.”

REMCO: “Ja.”

Beeldtekst:
Verbonden apparaten

Op de volgende slide kleurt de zevende en laatste laag wit. Onder de titel staan afbeeldingen van een slimme thermostaat, het dashboard van een zelfrijdende auto en een drone.

HAROON: “En dan komen we eigenlijk al bij de laatste laag. Dat is de laag die niet altijd erbovenop hoeft te zitten. Als je je telefoon gebruikt voor sociale media, dan stopt die al bij de vorige laag. Dan heb je informatie op je tijdlijn. Of als je je navigatie gebruikt, en er staat: Sla nu af naar rechts, dan ben je bij die vorige lagen al klaar. Maar je ziet dat er nu ook in toenemende mate nog een laag bovenop wordt gezet. Dat wordt wel eens in technische termen the Internet of Things genoemd. Er worden allerlei chips gezet in fysieke apparaten en die worden dan door die applicaties aangestuurd. Waar heb ik het dan over? Als ik mijn telefoon gebruik om te navigeren en er staat: Sla nu af naar rechts, dan stop ik bij de applicatielaag. Maar wat deze applicatie ook kan doen, is mijn auto aansturen om vanzelf naar rechts te gaan. Dan is de auto onderdeel geworden van die digitale stapel. En is het een verbonden apparaat dat ook wordt aangestuurd.”

REMCO: “Zoals een Tesla?”

HAROON: “Ja, dat geldt voor een Tesla. Iedereen die probeert zelfrijdende auto’s te maken. Maar het gaat ook over veel simpelere producten. Misschien hebben sommige mensen zo’n Roomba. Zo’n slimme stofzuiger die je dan ergens neerzet en die gaat dan zelf een beetje bedenken waar hij moet komen in het huis. Maar denk ook bijvoorbeeld aan Ring. Die deurbel waar je een camera hebt staan. Kan herkennen wie daar is en je daarmee die informatie kan gebruiken. Eigenlijk elk apparaat…”

REMCO: “Het licht op afstand?”

HAROON: “Sorry?”

REMCO: “Het licht op afstand.”

HAROON: “Ja, licht, lantaarnpalen. Eigenlijk elk product. Tandenborstels. Je kan het zo gek niet bedenken. Een drone. Dat zijn allemaal producten die je digitaal kan aansturen. Dit is een redelijk nieuw veld. Dus het is niet een veld waarbij al heel duidelijk is dat één land of één partij dominant is. En ik denk ook niet dat dit één partij zal winnen, want dit is een heel divers veld. Alleen al de auto’s, dat is al heel complex. En dan heb je ook nog eens die stofzuigers, en die lampen en die deurbellen. Dus dit is, denk ik, een veld waarbij een heleboel spelers redelijk sterk kunnen zijn. En ik denk dat alle drie de blokken, Amerikanen, Chinezen, Europeanen, best een goede positie hebben. Dus de Amerikanen zijn goed, natuurlijk. We noemden het voorbeeld van Tesla. Die slimme auto. Daar zijn ze toch wel een van de leidende spelers op. Die slimme stofzuiger die ik net noemde, Roomba, komt van een Amerikaans bedrijf, IRobot. Dus daar zijn denk ik voorbeelden, Ring, van bigtechbedrijven. De Chinezen daarnaast zijn natuurlijk ontzettend goed ook in het maken van apparaten. Je ziet dat zij daardoor best goed zijn om deze producten te maken. Hier kun je bijvoorbeeld denken aan drones. Mensen die een drone thuis hebben, een grote kans dat die komt van het bedrijf DJI. Een Chinees bedrijf heeft zeventig procent van de wereldwijde commerciële dronemarkt in handen. Dus de Chinezen zijn er goed in. En de Europeanen op zich ook. Europa is op zich vaak goed in het maken van apparaten. Denk aan een Nederlands bedrijf als Philips. Een Duits bedrijf als Siemens. Een Frans bedrijf als Alstom. Deze strijd is nog volop gaande. Alle drie de spelers hebben er een redelijke positie op.”

HAROON: “Daarmee ben ik dan door die lagen heen gegaan in vogelvlucht. Een beetje geprobeerd iets te zeggen over die posities daarop.”

Beeldtekst:
Uitdagingen voor een Europese aanpak
Een Europese benadering

Op de volgende slide staan onder de titel een foto van Ursula von der Leyen op het World Economic Forum, een foto van Mario Draghi, een woordwolk over mensenrechten en het logo van Europese AI Act.

HAROON: “We willen graag, daar begon ik mee, al die lagen wat meer Europees maken. Dan moet ik daar nog wel aan toevoegen: daar zitten nog wel extra uitdagingen bij. Want in Europa vinden we ook dat we dingen op een bepaalde manier moeten doen. We zijn bijvoorbeeld niet zo blij met de manier waarop de Chinezen mensen surveilleren. Of de macht die Amerikaanse bedrijven hebben. In Europa vinden we het belangrijk dat de markt open is. Maar we vinden het ook belangrijk dat de rechten van burgers beschermd worden. Dat onze data niet zomaar worden gebruikt voor van alles en nog wat. Dat maakt het wel extra moeilijk, ook nog voor ons. Want wij hebben extra regels, extra dingen, waar we ook aan willen voldoen om die technologie meer Europees te maken.”

REMCO: “Dus die apparaten zijn verkleefd, ook met waarden?”

HAROON: “Ja, neem die applicatielaag. Dat zijn de socialemediaplatformen die je hebt. Het maakt nogal wat uit of de Chinese regering zegt: die data mag je gebruiken voor alles wat je wil. En wij in Europa zeggen: nee, dat is niet zo. We willen niet dat er… En zeker bijvoorbeeld voor kinderen. Het is niet voor niets dat we een minimumleeftijd hebben. Maar er ook op staan dat privacysettings zo streng mogelijk worden neergezet. Dat niet iedereen zomaar met een kind op TikTok in contact kan komen. Dat zijn allemaal dingen waar Europese regels voor bedoeld zijn, om te zorgen dat die apparaten onze waarden eigenlijk goed bedienen.”

REMCO: “Dus die lagen die jij beschrijft, zou je ook kunnen zien als aardplaten die soms over elkaar schuiven en schuren?”

HAROON: “Ja, ze groeien op elkaar. Maar ze zijn inderdaad ook in beweging. En er zit soms inderdaad wrijving op. Want sommige lagen veranderen ook. Die AI-laag is nu heel snel in verandering, omdat dat iets nieuws is. Terwijl de chiplaag, die bestaat al vanaf de jaren vijftig. Dus daar krijg je wel nieuwe bedrijven, maar er verandert niet heel radicaal iets. Dus het zijn tektonische platen, maar die inderdaad soms tot een aardbeving leiden. Ik denk dat we dat nu wel een beetje zien.”

REMCO: “Ja, ja.”

Op een volgende slide krijgen de zeven lagen van Stack gekleurde driehoekjes: drie groene omhoog, twee gele zijwaarts en twee rode omlaag. Rechts van de zeven lagen verschijnt de tekst: Een gelaagde aanpak & Full-stack integratie.

HAROON: “Een paar dingen die ik hierover wil toelichten. Het eventjes bij elkaar brengen. Die vraag was: hoe soeverein zijn we in Europa? Dat was de vraag waar ik mee begon. Ik denk dat veel mensen denken: we staan er best slecht voor. En als je het een beetje bij elkaar brengt, is mijn conclusie: we staan er niet fantastisch voor. Maar het is ook niet zo verschrikkelijk als veel mensen denken. Als je naar al die lagen kijkt, zijn er twee lagen waar we heel slecht op staan. Dat is de onderste laag van de grondstoffen, want daar zijn de Chinezen dominant. En dat is daarboven, die laag van de cloud. Die heb ik beiden rood gemaakt, want daar zijn de Amerikanen dominant.”

HAROON: “Maar er zijn ook een paar lagen waar we er best goed voor staan. Dat zijn die chips, omdat we ASML hebben, maar ook Europese chipmakers. Dat zijn de netwerken, omdat we Nokia en Ericsson hebben die hier goed in zijn. En dat is bij die verbonden apparaten, omdat Europese bedrijven heel goed die apparaten kunnen maken. Daartussenin zitten dan die lagen van die applicaties en van AI. Wij hebben Europese platformen als Mistral. We hebben Europese apps als Booking en Spotify weten te ontwikkelen. Maar tegelijkertijd staan we behoorlijk achter bij de Amerikanen en de Chinezen. Daar moeten we wat harder voor werken. Dat is wat mij betreft een beetje het idee van waar we nu staan. En op basis waarvan we iets van een agenda kunnen ontwikkelen van wat we nu zouden moeten doen.”

Remco toont het boek Atlas van de Digitale Wereld.

HAROON: “Het leuke is, dit boekje heb ik vorig jaar geschreven, maar inmiddels ben ik ook verbonden aan een groep van Europese wetenschappers. En we proberen op basis van dit soort analyses nu ook echt een idee te ontwikkelen voor wat Europa zou moeten doen.”

Beeldtekst:
Eurostack
Full-stack approach
Tools:
High impact digital services
A European Sovereign Technology Fund Procurement
Van onderzoekers naar breed project
Van Duitsland tot de EC en de VS
EUROSTACK
Building a european alternative for technological sovereignty

Op de slide staat een link om de EuroStack Executive Summary te downloaden.

HAROON: “Daar hebben we pas een rapport over geschreven. Iedereen kan dat ook vinden. Het is een vrij uitgebreid rapport, honderd pagina’s. En we noemen het: Project Eurostack. Eigenlijk vanuit deze analyse: we moeten al die lagen, die stack, moeten we onderscheiden en eigenlijk moeten we proberen om al die lagen stap voor stap wat meer Europees te maken. Met een groep Europese wetenschappers zijn we dit gaan uitdragen. Tot mijn grote verrassing is er ontzettend veel aandacht voor. Het wordt genoemd in het Duitse regeerakkoord. Er zijn een aantal moties in het Europees Parlement geweest om hier werk van te maken. En ook de Nederlandse regering is op allerlei manieren aan het kijken of ze hieraan kunnen bijdragen. Dus dit is, wat mij betreft, ook wel een hoopgevende boodschap.”

Beeldtekst:
Waarom zou het niet lukken?

  • “Wetgeving verhindert innovatie”

Serieuze beperkingen:

  • Politieke eenheid
  • De fiscale opgave

HAROON: “Er wordt wel eens gezegd: dat is heel moeilijk om te doen. En er zijn zeker uitdagingen. Sommige mensen zeggen dat het komt door onze wetgeving. Nou, ik heb daar mijn twijfels over. Dat zeggen vooral bedrijven die tegen wetgeving zijn. Het is wel moeilijk, altijd in Europa, om de eenheid te vinden, om al die landen mee te laten doen hierop. Sommige landen zeggen: wij vinden het prima om Amerikaanse platformen te gebruiken, of Chinese. En het kost natuurlijk ook veel geld om je eigen clouddiensten te maken. En dat is nog wel even een vraag. Gaan Europese landen dat geld vrijmaken om dit inderdaad te doen? Maar ik eindig toch wel met een optimistische boodschap.”

HAROON: “Ik denk dat er toch ook wel redenen zijn om te bedenken dat we het wel zouden kunnen doen, dat we zouden slagen.”

Beeldtekst:
Waarom wel?

  • “Wo aber Gefahr ist, wachtst dat Rettende auch”
  • We hebben het nog nooit echt geprobeerd
  • We hebben grotere idealen bereikt

HAROON: “Sorry, ik heb daar even een Duits gedicht van de dichter Hölderlin gezet. Die beschrijft het zelf wel mooi: “Wo aber Gefahr ist, wachts dat Rettende auch.” Waar gevaar is, daar groeit het reddende ook. Ik denk dat we nu merken hoe gevaarlijk die digitale wereld is. We wisten al lang hoe afhankelijk we waren van de Amerikanen. Maar eigenlijk pas door Donald Trump merken we: dit wordt gewoon als wapen tegen ons gebruikt. Onze oude vrienden gebruiken het om ons af te sluiten. Die urgentie hebben we, denk ik, nog nooit zo gevoeld.”

HAROON: “We hebben het ook nog nooit geprobeerd. Europa heeft allerlei andere dingen wel gedaan eerder. Proberen één markt te creëren. Maar we hebben nooit met z’n allen gezegd: Kunnen we die digitale wereld weer Europees maken? Ik zou zeggen: laten we niet opgeven voordat we het geprobeerd hebben. En dan zou ik… En dit is dan echt het laatste wat ik erover zeg. Dit is best moeilijk. We gaan niet zomaar eventjes Google of Amazon van de markt krijgen. Dat gaat echt niet zomaar lukken. Maar het is ook weer niet het allermoeilijkste wat mensen hebben gedaan. Het is op veel gebieden best duidelijk wat we moeten doen. Het vraagt vooral, denk ik, veel focus. Dat bedrijven en politici gezamenlijk gaan werken op de lange termijn. Dat ze bereid zijn om daarin te investeren. En dat we ook de bevolking meenemen. Dat we ons met z’n allen ook realiseren: we zijn een stuk beter af als we een digitale wereld hebben die veel meer in lijn is met Europese waarden. En dat de dienst niet wordt uitgemaakt door de mensen die toevallig in Washington of in Beijing aan de macht zijn.”

REMCO: “Dat zou een nieuw Plakkaat van Verlatinghe kunnen zijn? De verklaring uit 1581, waarin Nederland zegt: Wij willen niet langer met Filips II als vorst verder.”

HAROON: “Ja, je zou het kunnen zien als een soort onafhankelijkheidsstrijd. Er wordt niet voor niets in de digitale wereld gesproken van digitaal kolonialisme.”

REMCO: “Ja.”

HAROON: “Als die grote Amerikaanse, Chinese bedrijven dominant zijn in jouw markt, dan bepalen ze toch wel een heleboel.”

REMCO: “Ja.”

HAROON: “En dat zien we natuurlijk ook in onze verkiezingen. Wat gaat er viraal op sociale media? Dat bepaalt toch wat onze politici zeggen en wat de verkiezingsuitslagen zijn? Dat is toch wel ongelooflijk veel macht over onze samenleving. Dus als we willen zeggen: we gaan weer over onszelf, dan is het inderdaad zo’n soort Plakkaat van Verlatinghe dat we moeten doen.”

REMCO: “Fantastisch verhaal, Haroon, heel helder. Ik zei al: dit wordt een college digitale wereldoriëntatie. We hebben de Atlas van de Digitale Wereld uiteengezet gezien. Nu ben je leraar. Je wilt hier verder mee.”

HAROON: “Ja.”

REMCO: “Welke adviezen heb je? En dan denk ik niet alleen aan de docent maatschappijleer, voor wie het misschien voor de hand ligt. Maar ook misschien een leerkracht op de basisschool.”

HAROON: “Ja, ja. Ik kan me dat goed voorstellen. Kijk, wat ik hiermee heb proberen te doen is… Die digitale wereld is ongelooflijk complex. Voor veel mensen ook een beetje intimiderend. Ik hoop dat het model laat zien: je kan het best simpel voorstellen. En dan kun je al die dingen een beetje bij elkaar brengen. Maar ik denk dat het… En dat is natuurlijk aan leraren zelf, maar op allerlei manieren wel relevant kan zijn voor leerlingen in allerlei typen, lessen en leeftijden. Want het raakt ze op veel manieren. Ook vaak hele jonge kinderen. Zij zijn zich ongelooflijk bewust van het feit dat die sociale media bepalen hoe zij zich voelen. Dat daar gevaarlijke kanten aan zitten. Ze hebben er zelf ook onderling veel discussies over. Bijvoorbeeld over die waarde. Zeker tegenwoordig met de oorlog in Gaza. Kinderen zien vaak dingen die traumatisch voor ze kunnen zijn. Dan proberen die platformen al dingen te doen om te zorgen dat ze dat niet te zien krijgen. Dit zit al in hun leefwereld. Ze weten hoe belangrijk het is. Sterker nog, ik denk dat ze er vaak beter in zijn dan mensen van onze leeftijd. Dus dit zal tot hun verbeelding spreken. Ze hebben er verstand van. Ze zijn er denk ik mee begaan. Dus inderdaad, ook basisschool zou ik me goed kunnen voorstellen. Misschien ook technische vakken. Om op die manier de digitale wereld ook technisch uiteen te zetten. En uiteindelijk misschien zelfs… Ik heb het niet voor niets Atlas van de Digitale Wereld genoemd. Het is ook een soort nieuwe atlas die ik probeer te tekenen. Een landkaart die niet plat is, maar van zeven lagen op elkaar. Op die manier zou het op alle vlakken interessant kunnen zijn.”

REMCO: “Stel dat een docent zijn klas of haar klas toespreekt. Jullie gaan nu profielwerkstukken maken. Dat zou zomaar kunnen gaan over de Digitale Atlas. De Atlas van de Digitale Wereld, bedoel ik. Waar zouden leerlingen precies mee aan de slag… Waar zou je op hopen? Waar zouden ze mee aan de slag kunnen, wat jou betreft?”

HAROON: “Het is natuurlijk heel verschillend, wat voor soort leerlingen en in wat voor soort klassen ze verder zelf ook zitten. Ik zou het ook heel leuk vinden als ze dit soort inzichten juist als beginpunt nemen om hun eigen mening hierover te formuleren. Ik denk dat we met zijn allen ons meer en meer realiseren: die digitale technologie, die brengt ons fantastische dingen. Maar het heeft heel veel invloed op ons leven. En dat weten jonge mensen als geen ander. De Amerikaanse psycholoog Jonathan Haidt heeft een heel mooi boek geschreven: The Anxious Generation. En hij beschrijft wat het allemaal met jongeren doet, in termen van de pesterijen, maar ook het concentratieverlies en slechte sociale ontwikkeling doordat ze veel te lang online zijn. Jongetjes die verslaafd raken aan gaming bijvoorbeeld. Meisjes die heel erg depressief raken doordat ze continu vergeleken worden met anderen. Dit zijn dingen die volgens mij jonge mensen heel erg aangaan. Het zou mooi zijn als zij op een of andere manier op basis hiervan een eigen mening ontwikkelen van: Hoe kunnen we dit nu beter gebruiken? Hoe kunnen we nu verantwoorder met digitalisering omgaan? Dat het niet onze levens bepaalt, maar dat wij zelf bepalen waarvoor we het gebruiken en waarvoor niet.”

REMCO: “Een soort vorm van soevereiniteit, zou je kunnen zeggen.”

HAROON: “Op individueel niveau dan, hé. Ik denk dat we dat allemaal en daar hoor ik ook toe, soms zullen voelen dat je telefoon de dienst uitmaakt. Kunnen we inderdaad zelf ook wat soevereiner worden? Dat die telefoon gewoon weer ons instrument wordt in plaats van dat die telefoon bepaalt hoe wij ons leven inrichten.”

REMCO: “Want dat jij dit zo goed snapt, het is je werk, je doet er onderzoek naar, je spreekt erover. Helpt het jou ook om je beter te verhouden, soevereiner te verhouden? Je zou ook kunnen zeggen: digitaal geletterd te kunnen verhouden tot de tools die ons omringen?”

HAROON: “Ja, zeker wel. In ieder geval helpt het me om na te denken over de implicaties als ik iets gebruik. Waar wil ik aan bijdragen? Waar wil ik niet aan bijdragen? En daar proberen ook partijen over te adviseren. Maar het blijft uiteindelijk, denk ik, voor iedereen, ook voor mij, ook gewoon steeds een uitdaging om in je dagelijkse leven daar goed mee om te gaan. Hoeveel tijd besteed je aan iets? Dus ik probeer ook veel over dingen na te denken. Hoe zorg je dat je je telefoon op tijd wegzet? Dat je bepaalde meldingen niet aanzet? Dat je niet overal beschikbaar voor bent. En ook gewoon nadenken over: Wat heb je nu in een leven nodig? Nogmaals, digitalisering is fantastisch, maar tegelijkertijd besteden we er allemaal uren per dag aan. Dat zijn ook uren dat we andere dingen niet meer doen. En daar horen ook dingen bij als soms gewoon verveeld nadenken. Verveeld zijn en nadenken over iets wat je interessant vindt. Daartoe kan lezen behoren, allerlei andere creatieve dingen. En daar probeer ik wel heel bewust mee om te gaan.”

REMCO: “Ja, goed. Haroon, dank je wel voor dit college.”

HAROON: “Graag gedaan.”

Het logo van Expertisepunt digitale geletterdheid verschijnt in beeld, gevolgd door de logo’s van partnerorganisaties.

Logo’s:
I&I Vakvereniging informatica & digitale geletterdheid
SLO een doordacht curriculum dat doen we samen
Platform VVVO Vakinhoudelijke Vereniging Voortgezet Onderwijs
JEDi Jeugd en digitalisering
Netwerk Mediawijsheid
NRO Nationaal regieorgaan onderwijsonderzoek
PO Raad
VO Raad

In dit college bespreekt Haroon Sheikh (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en Vrije Universiteit Amsterdam), begeleid door Kennisnet-adviseur Remco Pijpers, de onderwijskundige gevolgen, kansen en mogelijkheden van AI. De atlas van de digitale wereld: digitale technologie brengt fantastische dingen, maar heeft ook heel veel invloed op ons leven. Sheikh benadert op globaal niveau hoe digitale technologie invloed op ons heeft en hoe grote techspelers hierop inspelen. Vanzelfsprekend wordt ook een uitstapje gemaakt naar het klaslokaal, waarbij de vraag centraal staat: hoe bepaalt technologie niet ons leven, maar hoe blijven we zelf bepalen?

In dit college:
1.14 Hoe gaan we om met elkaar in relatie tot digitalisering?
6.06 Een digitaal kader: hoe wordt technologie op wereldniveau benaderd?
22.55 Uitdagingen voor een Europese aanpak
30.22 Hoe ga je met deze digitale atlas om in de klas?

Praktijkcollege door Bas Hummel

Wat houdt het leerdoel over AI in, zoals geformaliseerd in de definitieve conceptkerndoelen digitale geletterdheid? En hoe kun je hier in de praktijk invulling aan geven? Bas Hummel, leraar basisonderwijs en digitale geletterdheid bij Openbaar Onderwijs Groningen, neemt je mee in zijn bevindingen en zijn aanpak om het verkennen van AI onderdeel te maken van je onderwijsaanbod. AI wordt ontleed in elementen en er wordt ingezoomd op praktische invalshoeken om AI te verkennen zoals het in de concept-kerndoelen wordt benaderd. Zowel over het gebruik, maar ook je verhouden tot AI.

In dit college:
6.07 Vertrekken vanuit de concept-kerndoelen digitale geletterdheid
10.56 Artificiële intelligentie ontleed: waaruit bestaat het?
15.21 Hoe lijkt het gedrag van een AI-systeem op een menselijk gedrag?
30.45 Verantwoord interacteren met AI-systemen
35.31 De inzet van generatieve AI in het onderwijs

Over de wetenschapscolleges

De wetenschapscolleges zijn bedoeld voor onderwijsprofessionals die digitale geletterdheid doordacht willen integreren in hun onderwijs. Elk college bestaat uit een wetenschappelijk deel en een praktijkcollege met concrete voorbeelden en handvatten. De colleges worden door Kennisnet georganiseerd vanuit het Expertisepunt digitale geletterdheid, in samenwerking met SLO, PO-Raad, VO-raad, vakvereniging i&i, Netwerk Mediawijsheid, Platform VVVO, NKO, ResearchED NL en JEDi.